fbpx

Les 2 - Sluitertijd

Introductie - Sluitertijd

De sluitertijd wordt uitgedrukt in:

1. Hele seconden
Het secondeteken verschijnt dan in de sluitertijd, bijvoorbeeld 1″2, dit betekent 1,2 seconden.
2. Delen van een seconde
Er staat dan 1/ voor het deel van de seconde. Bijvoorbeeld 1/60, dit betekent één 60ste van een seconde, oftewel, een seconde in 60 stukjes verdelen en één zo’n stukje is dan je sluitertijd.

Lijstje met sluitertijden
30″ – lange sluitertijd, 30 seconden
15

10

5

2″5 – steeds minder licht aanwezig
1″5
1″
0″5
1/5
1/10 – statief nodig
1/30
1/60 – uit de hand fotograferen
1/125
1/250
1/500
1/1000 – steeds meer licht aanwezig
1/2000
1/4000
1/8000 – zeer korte sluitertijd

Uit de hand fotograferen
Je kunt tot 1/60ste nog uit de hand fotograferen. Bij het gebruik van langere sluitertijden wordt het risico steeds groter op bewogen foto’s.

Extra aandachtspunt
Als je inzoomt met je lens zal de sluitertijd verhoudingsgewijs ook korter moeten. Je beeld gaat namelijk steeds meer trillen en wordt de kans op bewogen foto’s steeds groter. 
Welke sluitertijd dan wel?
Hier is een hulpje voor om dit uit te rekenen. Op je lens kun je zien hoever je inzoomt, des te verder je inzoomt, des te meer millimeters, bijvoorbeeld 100mm. Wat je dan moet doen is het aantal mm x 1,5. Als je dan er 1/ voorzet heb jij je bijpassende sluitertijd.
50mm – 1/75ste
100mm – 1/150ste

Videoles - Sluitertijd

Samenvatting/belangrijk om te onthouden

1. De sluitertijd is de tijd die gebruikt wordt om licht vast te leggen op de sensor.

2. Bij steeds minder licht zal er een steeds langere sluitertijd nodig zijn.

3. Gebruik je een groothoek dan kun je tot 1/60ste uit je hand fotograferen.

4. Als je gaat inzoomen moet je een steeds kortere sluitertijd gebruiken (zie het hulpje, 
aantal mm x 1,5)

5. Als je beweging fotografeert zal je ook een kortere sluitertijd moeten gebruiken.

6. Als je dan een kortere sluitertijd instelt zal er ook meer licht aanwezig moeten zijn om niet te donkere foto’s te krijgen.

Einde les 2